Gertrude Beker (1956)
Ik groeide op in Zuid-Limburg, Maastricht jaren zestig, als middelste kind in een groot gezin met vijf kinderen.
Het is mijn katholieke jeugd geweest in deze historische stad met al zijn sfeer, geur en kleur die mij beeldend heeft gevormd; het met Duits en Franse woorden doorspekte dialect, het omliggende groene heuvellandschap, het kleurrijke carnaval en de religieuze feesten met jaarlijks de grote processies en optochten door de binnenstad van Maastricht.
Manier van werken
Ik heb een intuïtieve manier van werken, met een voorliefde voor warme kleuren , donkere contouren en harde contrasten. Mijn handschrift kan lieflijk poëtisch tonen, maar ook krasserig expressief en soms ronduit agressief .Ik schilder tegenwoordig met acrylverf op kunststof platen.
Ik onderzoek daarbij het grillige gedrag van de verf op deze ongewone drager en laat mij hierdoor inspireren. Ik schuur ,ik kras ,ik aai ,ik haal weg en voeg toe en zo ontstaat mijn huid, mijn kleur en mijn beeld.
Ik werk meestal lang aan een schilderij. Dat heeft tot gevolg dat er onder elk zichtbaar oppervlak evenzoveel schilderingen zitten die bijna onzichtbaar zijn.
Het is deze gelaagdheid die mijn werk de intensiteit bezorgt die ik zoek, die ik wil tonen.
Thematiek en symboolgebruik
Mijn schilderijen beginnen meestal vanuit een concreet visueel herkenbaar gegeven dat mij prikkelt. Ik laat mij inspireren door onderwerpen die mij raken en mij een vraag stellen over hun betekenis . Deze onderwerpen lijken zich vaak spontaan aan te dienen maar worden ook ingegeven door persoonlijke ervaringen , natuur, literatuur, actualiteiten of muziek. Ik ben soms jaren bezig met een onderwerp waarvan voor mij de betekenis pas veel later duidelijk wordt. Zo kwam ik tijdens mijn studie in aanraking met de Maastrichtse dichter Pierre Kemp. Zijn gedicht ‘Oude brug Carnaval’ inspireerde mij indertijd tot een serie schilderingen over carnaval . Pas in 2002 werd door mijn installatie ‘Ashes to ashes, dust to dust’ duidelijk wat ik eigenlijk wilde verbeelden over dit onderwerp.
Bepaalde vormen lijken een speciale betekenis voor mij te hebben. Door de manier waarop ik deze ‘symbolen’ met elkaar combineer en schilder (ze in het beeld plaatst, de kleur, de lichtval, de huid), probeer ik aan te geven wat die betekenis is. Die interpretatie laat zich echter niet eenvoudig kennen en beschrijven. Symbolen die steeds in mijn werk terugkeren zijn ondermeer vissen, vogels, honden, messen, rauw vlees, pleisters, rode en gele bloemen in knop of volle bloei, sneeuw, water, vuur en bloed.
Tot slot
Ik ben niet zozeer gefascineerd door wat er objectief te zien is, maar meer door wat ik voel bij dat zien. Ieder mens ontwikkelt een eigen manier van waarnemen. We kijken naar dezelfde dingen,maar zien allemaal iets anders. Er bestaat geen objectieve werkelijkheid. Daarin schuilt de kern van menselijke eenzaamheid. Mijn schilderijen gaan , denk ik, over het verlangen deze eenzaamheid te doorbreken.